Oor.nl
- concertverslag Pukkelpop
LINK
"17.05 uur: PRIMA DONKEY. Typische exponent van de Antwerpse scene,
waar iedereen het met iedereen doet en daar dan weer vreemd van gaat. Dit is
een vertakking van Donkey Diesel, waarin ook zanger Gunter Nagels actief is.
Die man beschikt over een fantastische stem, die verwantschap vertoont met die
van Tom Waits, zonder dat hij daar enige moeite voor hoeft te doen. Kwestie van
veel roken waarschijnlijk. Tevens maken onder meer gitarist-zanger Rudy Trouvé,
twee leden van DAAU en twee zangeressen van Lais deel uit van dit bonte gezelschap.
Maar de combinatie werkt en is bijzonder origineel. Daarbij is het spel op cello,
accordeon en klarinet erg straf en klinken de stemmen hemels, ook als die als
hondjes blaffen of zich aan een cover van nota bene Ministry wagen. Tevens lijkt
de muziek van de groep onbedoeld nauw aan te sluiten bij de tendens dat zigeunermuziek
populairder is dan ooit."
FileUnder
LINK
"Soms lijken er zoveel gelegenheidsprojecten van
Belgische bodem te komen, dat ik er zelf bijna moe van zou worden.
Dit album bewijst hoe onterecht dat is. Kennelijk schudden mensen
als Rudy
Trouvé en Gunter
Nagels de liedjes moeiteloos uit de mouw. De hartslag van
het exotische ritme wordt verzorgd door bassist Kristiaan "Boss"schaert.
Drums blijven volledig achterwege, iets wat opvalt, maar niet
wordt gemist. Een uitstekende gastrol is weggelegd voor twee
dames van Laïs,
die bijvoorbeeld in de opener droogjes "Never Leave You" van
Lumidee zingen,
terwijl Gunter Nagels zijn uitstekende Tom
Waits-imitatie doet. Nog leuker wordt het in de snellere
nummers waar de voetjes van de vloer kunnen op kekke klezmerritmes.
In "Double Hearted Girl" brengt saxofonist Roel
Jacobs een ode aan Orchestra
Baobab. Een moment later zitten we dan alweer in repetitieve
Lou Reed-sferen, zonder dat de algehele muzikale lijn wordt verbroken.
Erg knap. Het beste voorbeeld van die bewering is "Leave Me Alone".
Droevige blazers openen het nummer, de zangeressen jammeren de
titel, Trouvé bromt mee en net als de melancholie definitief
dreigt toe te slaan, zet de bassist een huppelend lijntje in,
valt de accordeonist hem bij en kan er alsnog een country-rondedansje
worden gemaakt. Hoogtepunten genoeg, zo roepen de klarinet-patronen
in "Trash" Yann
Tiersen in herinnering. Tot slot nog even kniesoren. De plaat
werd live opgenomen, maar het publiek is niet te horen. Vreemd.
En na het hilarische slotnummer, over een vliegende olifant,
volgen er elf minuten stilte, voor de lallerige bonustrack begint.
Een flauw einde van een prima plaat."
Goddeau
LINK
"Van
Ministry naar Kim'Kay, het is to boldly go where no musician
has ever gone before, maar de hidden track "Lilali", een cover
van de weggedeemsterde Vlaamse huppelkut, bewijst bij uitstek hoezeer
Prima Donkey het naar een hoger niveau optillen van andermans nummers
in de vingers heeft."
Cutting Edge
LINK
"Het gelegenheidsproject van Donkey Diesel frontman Gunter Nagels,
Rudy Trouvé en een schare muzikale vrienden als "prima"
bestempelen, zou iets te makkelijk zijn. En het zou boven alles een
understatement zijn, want het in maart en december van vorig jaar in
de AB opgenomen "Prima Donkey's rythme exotique" is een heus
pareltje.
Een genre kunnen we er niet op plakken. Prima Donkey vat het muzikaal
samen als: industrieel–akoestisch, blues, klezmer, bossa nova
en nog één en ander waarvoor ze zelf niet eens een term
konden bedenken. Wanneer je het lijstje meewerkende muzikanten bekijkt,
verwacht je al het beste: Han Stubbe en Simon Lenski van DAAU, Roel
Jacobs van the Seatsniffers, Kristiaan Bosschaert van The Internationals
en van Laïs de dames Nathalie Delcroix en Jorunn Bauweraerts. Uitschieters
zijn er niet echt, omdat de kwaliteit constant is op deze plaat. Persoonlijk
houden wij wel net ietsje meer van de stemgeluiden van Trouvé
en Nagels dan die van Delcroix en Bauweraerts, maar meer opmerkingen
kunnen we niet verzinnen. Als we dan toch een favoriete track moeten
kiezen, is dat vandaag "Trash", een nummer van Kiss My Jazz.
Maar morgen kan het alweer een ander nummer zijn.
De meeste nummers zijn geschreven door Nagels, Trouvé en de mannen
van DAAU, maar er staan ook enkele eigenzinnige covers op waaronder
"Gypsy solitaire" van het Canadese folkduo Fraser & Debolt
(1971). Ook "Jesus built my hot rod" van Ministry wordt door
de typische Prima Donkey muziekmachine gehaald en kan ons alweer beter
bekoren dan het origineel. Helemaal op het einde staat nog een verborgen
track: een cover van "Lilali" van het Gentse eendagsvliegje
Kim'Kay. Niet bepaald voor de hand liggend, maar hier bewijst Prima
Donkey dat ze zelfs van het meest afschuwelijke nummertje een fantastische
versie kunnen brengen.
Wat hun recept tot succes is, weten we niet. We hoeven het ook niet
te weten; het volstaat te besluiten dat deze cd gewoon … nou ja:
meer dan prima is."
Soundslike
LINK
"Een
liveregistratie van een Belgische gelegenheidsformatie: als een gezond
mens dit leest of hoort, zou hij voor minder het desbetreffende plaatje
in de pedaalemmer kieperen. Toch adviseer ik u vriendelijk even een
moment vrij te nemen voor 'Rythme Exotique', want dit is een prima -
excuseer me de flauwe woordspeling - plaat. Achter het project zit dan
ook goed volk, gaande van Gunther Nagels (Donkey Diesel), Rudy Trouvé,
Han Stubbe en Simon Lenski (DAAU) tot Jorunn Bauweraerts en Nathalie
Delcroix van Laïs. Het allegaartje van gelijkgestemden slaagt erin
muziek te maken die altijd wel op een of ander moment aan een of ander
lid van de groep kan worden toegeschreven, maar nooit helemaal Laïs,
Donkey Diesel, dEUS of DAAU is. Met alle voorzichtigheid die me eigen
is, zou ik zelfs durven gewagen van een nieuw genre dat aanleunt bij
de folk, maar geen folk is. Prima Donkey is een experiment, maar klinkt
zelden zo. Meestal zijn de nummers - waaronder een aantal bijzonder
interessante covers - zo af als maar kan en ondanks het feit dat ze
live werden ingeblikt, voert de improvisatie zeker niet de bovenhand.
'Prima Donkey's Rythme Exotique' is zelfs dermate begeesterend dat je
als luisteraar na tien nummers best nog wel wat meer wil. En dat krijg
je, als je lang genoeg wacht. Ghost track "Lilali" - jawel,
van Kim Kay - is zelfs dermate interessant en hilarisch dat je Prima
Donkey met veel plezier een plaatsje in het cd-rek geeft."
GonzoCircus
LINK
"Prima
Donkey zet de Antwerpse – 'we speelden dan wel al in zeven groepen,
maar het zijn toffe gasten die het vroegen en er was een krat bier,
dus hey, nu spelen we d'r in acht' – traditie voort. De groep
is opgebouwd rond de kern van Donkey Diesel en bestaat verder uit tweederde
Lais , drievijfde Anarchistische Abendunterhaltung , één
Rudy Trouvé en één Geert Waegeman . Goed volk,
moeder! Europeana, zo noemen ze het zelf, en da's slim, want op 'Rythme
Exotique' wordt met Oostblok-schmerzen, subtiele feedbacktapijten, swingbas
en twang-gitaren gejongleerd alsof het de normaalste zaak ter wereld
is. Ook qua strotwerk is diversiteit troef: Gunter Nagels munt uit in
onmiskenbaar op Tom Waits geïnspireerd vocaal stuntwerk, Trouvé
is zijn normale understated zelve en de dames Lais ruilen – bijvoorbeeld
op 'That's it' van opper-Seatsniffer Walter Broes – de folkmaniertjes
in voor een zeer lekkere Southern snik. We stellen er ons graag –
handen boven het beddegoed! - de cowboy-kostuumpjes bij voor. Naast
een aantal nieuwe composities, bevat 'Rythme Exotique' vooral inventieve
covers: nieuwe interpretaties van 'eigen' werk (Donkey Diesel, Gore
Slut, DAAU, Kiss My Jazz), maar net zo goed vergrijpen de Donkeys zich
aan Lumidee , Ministry en – daar gààt het laatste
taboe – Kim Kay (in welke tearoom zou zij overigens serveren,
vandaag?). Een paar huisfavorieten? Wel: niet alleen is 'Heaven or Helsinki'
een bijzonder puik nummer dat zo op de soundtrack van Night on Earth
had gekund, het bevat bovendien ook nog eens onze favoriete stofzuigergitaar
van de nazomer. En 'Double Hearted Girl' is – gedragen door een
opgewekt gitaar/saxofoon/klarinet-motiefje en stuwende contrabas –
een zoet liefdeslied met nu eens Nagels, dan weer Jorunn Bauweraerts
en Nathalie Delcroix op vocal duties: zeer mooi, maar – ook al
geeft de tekst geen uitsluitsel ('a lovely little story, a lovely little
song (...) she was nature's way of saying what no man could') - we verwedden
er drie tenen op (we blijven ons geluk niet pushen wat betreft vingers)
dat het weer 'ns totaal fout afliep. Favoriet drie, 'Trash' –
bij Kiss My Jazz een goeie schets – wordt hier, met goed geplaatste
papapaperdapapa's en Waegeman's theremin, in een bijzonder stijlvol
kamerjasje gehesen. Echt sléchte nummers bevat 'Rythme Exotique'
niét, maar 'Gypsy Solitaire' had met nochtans maar 3'45"
minstens de helft korter gemogen en wat Prima Donkey aanvangt met Ministry's
'Jesus Built My Hotrod' steunt té zeer op de gimmick om langer
dan twee luisterbeurten mee te gaan. Het afsluitende 'Elephant' start
weliswaar òòk zwak, maar tekent naar het einde toe –
wanneer Buni Lenski en Geert Waegeman een venijnig duel aangaan op viool
en theremin, en Bauweraerts en Delcroix het op een heerlijk vals kraaien
zetten – wél voor het absolute hoogtepunt van deze plaat.
We hadden graag afgesloten met een kanjer van een conclusie, maar die
zult u zelf moeten trekken: deze recensie is al véél te
lang"
|